Creatief denken kan een manier zijn om met de voortdurende veranderingen in de werkomgeving om te gaan. Veel mensen denken dat ze creatief zijn of niet en dat het daarmee ophoudt. Dat is niet waar, creativiteit is aan te leren. Hieronder staat uitgelegd wat creatief denken precies inhoudt en hoe het in de praktijk werkt.
Inhoud |
Creatief denken is niet aan genieën voorbehouden, maar valt systematisch aan te leren. De autoriteiten die het creatieve denkproces hebben bestudeerd (o.a. J.E. Bogen, Roger W. Sperry, Jeremy Campbell en Edward de Bono) stellen dat we daarvoor onze hersens anders – vollediger - moeten gebruiken dan ons is aangeleerd.
Wat ons is aangeleerd en doorgaans door onze omgeving het meest op prijs wordt gesteld, is het denken langs vaste paden in vaste patronen. Dat verstandelijke, logisch, lineair (rechtlijnig), opeenvolgend en omkaderd denken gebeurt in onze linkerhersenhelft. Maar er is ook een rechterhersenhelft. Daar vindt het gevoelsmatig, intuïtief, ruimtelijk, gelijktijdig en fantasierijk denken plaats. Kinderen beschikken daar nog over, maar vanaf de school wordt ons dat meestal afgeleerd omdat het minder correspondeert met de waarden die in onze cultuur nu eenmaal het hoogst worden aangeslagen. Creatief denken vraagt erom dat we ons stelselmatig aanleren ook onze rechterhersenhelft bij onze denkprocessen te betrekken. We moeten ons dus aanleren óók de zijwegen in te slaan die onze rechterhersenhelft ons ingeeft. Met een beroemd geworden uitdrukking noemt De Bono dat ‘het laterale denken’ (denken met beide hersenhelften).
| Links (bèta) | Rechts (alfa) |
|---|---|
verstandelijk logisch omkaderd verbaal feiten analyse objectief secundair abstract kwantitatief gestuurd cijfermatig tabellen inhoud historisch inductief realistisch definiërend 'hoofd' |
gevoelsmatig intuïtief fantasierijk non-verbaal gebeurtenissen synthese subjectief primair concreet kwalitatief vrij beeldend metaforen vorm tijdloos deductief impulsief beschrijvend 'hart' |
In de praktijk vraagt creatief denken om een creatieve strategie. Ook daarover is nagedacht en daarvoor bestaan in de praktijk getoetste methoden. Voor het genereren van creatieve ideeën worden diverse opeenvolgende stadia onderscheiden, die goed moeten worden afgebakend.
De sfeer moet ongedwongen zijn, bij voorkeur teamwerk. Het probleem dat om een oplossing vraagt, moet goed worden gedefinieerd. Let vooral op de oorzaken. Sommige bedrijven beleggen sessies zonder directe aanleiding. Er wordt ‘zomaar’ van gedachten gewisseld over van alles en nog wat. Soms komt er ineens een Gouden Idee te voorschijn. Dat heet ‘serendipiteit’: iets vinden waarnaar niet werd gezocht. Uiteindelijk is dat meestal de vondst van een enkeling. Maar die wordt door de sessies op weg geholpen.
Het gaat er nu vooral om dat beide hersenhelften aan het werk worden gezet. Er moeten zoveel mogelijk ideeën worden aangedragen. Dit wordt ook wel brainstormen genoemd. Ieder idee is goed, kritiek is in dit stadium verboden (dat komt later). Er wordt genotuleerd en iedereen maakt eigen notities. Stap twee wordt bij voorkeur een paar keer herhaald, zodat ideeën tussentijds kunnen bezinken.
De verschillende ideeën worden besproken, verdedigd, verbeterd, gecombineerd (soms) of getoetst op bruikbaarheid - voor zover dat in dit stadium mogelijk is. De geselecteerde ideeën worden concreet gemaakt. Vanzelf vallen dan ideeën af. Ook fase drie bij voorkeur in etappes afwerken.
In deze fase is de gevonden oplossing geen idee meer, maar een concrete actie binnen de organisatie. De desbetreffende afdeling handelt dit af.
Ook creatief leren denken? Bij Schoevers train je dit talent!