Met de juiste voorbereiding is presenteren niet zo vervelend als sommige mensen denken. En ook hier geldt: oefening baart kunst. Bedenk daarbij dat het houden van een presentatie niet wezenlijk verschilt van de dagelijkse werkzaamheden. Een secretaresse presenteert zichzelf immers al acht uur per dag.
Inhoud |
Voorbereiding is essentieel. Een goede voorbereiding is terug te zien in de houding van de spreker, de inhoud van de presentatie en de reactie van het publiek. Bij een goede voorbereiding hoort aandacht voor de inhoud, de structuur, lengte .
Bedenk altijd van tevoren wat het doel van de presentatie is: beïnvloeden, overtuigen, motiveren of informeren. Stem de keuze voor de inhoud af op het doel. Bij overtuigen horen argumenten en bij informeren hoort feitelijke informatie. Inhoudelijk dient de voordracht afgestemd te zijn op het kennisniveau en de belangstelling van het publiek. Een duidelijke analyse van doel en doelgroep helpt niet alleen bij het bepalen van de inhoud van het onderwerp, maar tevens bij het inschatten van vragen die achteraf gesteld (kunnen) worden. Een spreker moet zelf genoeg kennis hebben van het onderwerp. Dat helpt bij het beantwoorden van eventuele vragen en zorgt voor meer zelfverzekerdheid. Focus op de belangrijkste feiten en schrap de ballast: Keep it Sweet, Keep it Short and Keep it Simple. De boodschap moet dus uitnodigen en prikkelen, niet te lang zijn en vooral niet te veel informatie bevatten. Dit komt ook de duidelijkheid van de boodschap ten goede.
Breng een duidelijk begin, middenstuk en afsluiting in de presentatie aan. De belangrijkste gegevens dienen in alle drie de onderdelen terug te komen, telkens met andere voorbeelden of argumenten. Dit is nodig omdat de toehoorders anders de draad van het verhaal kwijtraken. Een goed begin is het halve werk. Een goede metafoor, een krachtige uitspraak, een aansprekend en herkenbaar beeld of het gebruik van retorische vragen in de opening wekt de interesse en betrekt het publiek direct bij het verhaal. Het is wel zaak dat het publiek de link met het onderwerp ondubbelzinnig en direct begrijpt en oppakt.
Hanteer bij het maken, dan wel uitschrijven van de presentatie de volgende vuistregel: een A4 met tekst is ongeveer gelijk aan vijf tot zes minuten spreken (enkele regelafstand, corps 14). En de ervaring leert dat daar tijdens de voordracht vaak nog 20 tot 25% aan tijd bijkomt. Bij het gebruik van PowerPoint-dia’s komt daar nog drie minuten per dia bij. Geoefende sprekers houden hun presentatie vaak met halve A4’tjes in de hand. Deze hebben het formaat van A5-systeemkaarten. De tekst staat erop met dubbele regelafstand, omdat dan de laatste ingevingen er nog makkelijk tussen gezet kunnen worden.
Veel gebruikte hulpmiddelen bij presentaties zijn flip-overs, hand-outs, overheadprojectoren (sheets) en/of beamers (PowerPoint). Als deze middelen op de juiste wijze worden ingezet, zijn ze zeer effectief. Ook minder visuele presentaties die worden aangevuld met goed gekozen beelden, trefwoorden, spannende statements of aanvullend cijfermateriaal en statistieken, versterken de boodschap en brengen rust aan in het verhaal. Op het moment dat deze afbeeldingen de boodschap vervangen in plaats van ondersteunen, gaat het mis. Ook het gebruik van het verkeerde instrument heeft een averechts effect en leidt af van het doel en de boodschap. Denk bij het gebruik van hulpmiddelen altijd aan de volgende punten:
Na een goede voorbereiding en een paar keer oefenen komt het moment zelf: de presentatie. Let tijdens de voordracht op de volgende dingen:
Succesvol presenteren leer je bij Schoevers.